Als ondernemer betaal je belasting over je winst. Aftrekposten verlagen die winst, zodat je minder belasting betaalt en meer overhoudt. Dit artikel behandelt de belasting aftrekposten voor zowel 2025 als 2026.
Doe je in 2026 aangifte over je inkomsten van 2025? Dan gelden de tarieven van 2025. Ben je bezig met je administratie voor het lopende jaar 2026? Dan gelden de 2026-bedragen. We noemen beide jaren, zodat je altijd het juiste bedrag kunt opzoeken.
Overzicht: alle aftrekposten voor ondernemers in 2025 en 2026
De tabel hieronder geeft een snel overzicht van alle aftrekposten in dit artikel, voor welke rechtsvorm ze gelden en wat het voornaamste voordeel is.
De ondernemersaftrek: zelfstandigenaftrek en meer
De ondernemersaftrek is een verzamelbegrip voor aftrekposten die specifiek voor IB-ondernemers gelden: zelfstandigenaftrek, startersaftrek, meewerkaftrek, stakingsaftrek en WBSO-aftrek. Je past ze toe vóór de MKB-winstvrijstelling.
Zelfstandigenaftrek 2025 en 2026
De zelfstandigenaftrek is een vast bedrag dat je van je winst aftrekt als je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting en voldoende uren in je onderneming werkt. In 2026 is dit bedrag €1.200.
Doe je aangifte over het jaar 2025? Dan was de zelfstandigenaftrek €2.470. De aftrek wordt jaarlijks afgebouwd en daalt in 2027 verder naar €900.
Je hebt recht op de zelfstandigenaftrek als je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting (eenmanszaak, vof of maatschap) en minimaal 1.225 uur per jaar in je onderneming werkt. Houd je uren nauwkeurig bij via een urenregistratie om aan te kunnen tonen dat je aan dit urencriterium voldoet.
Voorbeeld (2026): Je winst is €50.000 en je voldoet aan het urencriterium. Na de zelfstandigenaftrek van €1.200 daalt je belastbare winst naar €48.800.
Aangifte 2025: Met de zelfstandigenaftrek van €2.470 daalt diezelfde winst naar €47.530.
Startersaftrek 2025 en 2026
De startersaftrek verhoogt de zelfstandigenaftrek voor ondernemers in hun eerste jaren. In 2026 bedraagt de startersaftrek €2.123 — hetzelfde bedrag als in 2025. Samen met de zelfstandigenaftrek heb je in 2026 dus €3.323 extra aftrek (€1.200 + €2.123) en voor de aangifte 2025 was dat €4.593 (€2.470 + €2.123). Je kunt de startersaftrek maximaal drie keer gebruiken in de eerste vijf jaar van je onderneming.
Voorwaarden: je hebt recht op de zelfstandigenaftrek, je hebt in de vijf voorgaande jaren maximaal twee keer de zelfstandigenaftrek toegepast en je was in die periode minimaal één jaar geen ondernemer.
Voorbeeld (2026): Je start in 2024 als ZZP'er. In 2026 is je winst €40.000. Na de zelfstandigenaftrek (€1.200) en startersaftrek (€2.123) daalt je winst naar €36.677. Voor de aangifte 2025 was datzelfde startpunt €40.000 min €4.593 = €35.407.
Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
Ben je als ondernemer gestart vanuit een arbeidsongeschiktheidsuitkering? Dan geldt een verlaagd urencriterium van 800 uur per jaar. De bedragen zijn anders dan bij de reguliere startersaftrek en gelijk voor 2025 en 2026:
- Je hebt de afgelopen 5 jaar geen gebruik gemaakt van deze regeling: €12.000
- Je hebt de regeling eerder 1 keer toegepast: €8.000
- Je hebt de regeling eerder 2 keer toegepast: €4.000
De aftrek is nooit hoger dan de winst die je in dat jaar behaalt.
Meewerkaftrek
Werkt je fiscale partner mee in je onderneming zonder of met een beperkte vergoeding (minder dan €5.000 per jaar)? Dan kun je meewerkaftrek toepassen. De aftrek is een percentage van je winst en hangt af van het aantal uren dat je partner meewerkt. De percentages zijn gelijk voor 2025 en 2026.
Voorbeeld: Je winst is €60.000 en je partner werkt gemiddeld 15 uur per week mee (circa 750 uur per jaar). De meewerkaftrek is dan 1,25% van €60.000 = €750 extra aftrek op je winst.
Stakingsaftrek 2025 en 2026
Stop je met je onderneming en levert dat stakingswinst op, dan mag je €3.630 aftrekken van die stakingswinst. Dit bedrag is gelijk voor 2025 en 2026. Je kunt de stakingsaftrek eenmalig in je leven gebruiken.
Voorbeeld: Je stopt met je eenmanszaak en verkoopt je bedrijfsmiddelen. De stakingswinst bedraagt €15.000. Na de stakingsaftrek van €3.630 betaal je inkomstenbelasting over €11.370.
WBSO: aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk
Ontwikkel je zelf software, technologie of producten en besteed je daar structureel tijd aan? Dan kan de WBSO-regeling belastingvoordeel opleveren.
- Voor ZZP'ers zonder personeel is de S&O-aftrek in 2026 €15.979 (in 2025 was dit €15.738).
- Ben je startende ondernemer, dan is er een aanvullende aftrek van €7.996 in 2026 (€7.875 in 2025).
- Heb je personeel, dan verlaagt de WBSO een deel van de loonheffing die je afdraagt.
Voorwaarden: je hebt een goedgekeurde S&O-verklaring van RVO, je besteedt minimaal 500 uren per jaar aan erkend speur- en ontwikkelingswerk en je houdt een nauwkeurige urenadministratie bij.
Voorbeeld: Een softwarebureau ontwikkelt een eigen facturatieplatform met automatische bankkoppelingen. Na goedkeuring van RVO daalt door de WBSO de belastingdruk op de ontwikkelkosten, waardoor het project financieel beter uitpakt.
MKB-winstvrijstelling 2025 en 2026
De MKB-winstvrijstelling is een vrijstelling van 12,7% op je winst na ondernemersaftrek. Dit percentage is gelijk voor 2025 en 2026. Je hoeft hier niets voor aan te vragen: de Belastingdienst berekent de vrijstelling automatisch bij je aangifte. De MKB-winstvrijstelling geldt voor alle IB-ondernemers.
Lijdt je onderneming verlies, dan verkleint de MKB-winstvrijstelling je fiscale verlies. Dat is in dat geval nadelig.
Voorbeeld (aangifte 2025 of lopend 2026): Na zelfstandigenaftrek en startersaftrek is je winst €36.677.
De MKB-winstvrijstelling is 12,7% van €36.677 = €4.658.
Je belastbare winst daalt daardoor naar €32.019.
Investeringsaftrek: KIA, EIA, MIA en Vamil
Investeer je in bedrijfsmiddelen? Dan kun je naast de normale afschrijving ook investeringsaftrek toepassen.
Er zijn drie regelingen:
- de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA);
- de energie-investeringsaftrek (EIA);
- en de milieu-investeringsaftrek (MIA) samen met Vamil.
Je kunt KIA combineren met EIA of met MIA/Vamil, maar niet EIA én MIA tegelijk voor hetzelfde bedrijfsmiddel.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
De KIA geeft een extra aftrek als je in een boekjaar investeert in bedrijfsmiddelen. De hoogte hangt af van het totaal geïnvesteerde bedrag.
De onderstaande tabel toont de grenzen van 2025; voor investeringen gedaan in 2025 gelden deze bedragen ook in de aangifte die je nu doet. De definitieve 2026-grenzen worden later dit jaar gepubliceerd maar liggen doorgaans op een vergelijkbaar niveau.
Voorwaarden: je investeert in bedrijfsmiddelen voor de onderneming, de investering per bedrijfsmiddel is minimaal €450 en het middel staat niet op de uitsluitingslijst van de Belastingdienst. Bewaar alle inkoopfacturen en bonnetjes nauwkeurig om de investering te kunnen aantonen.
Voorbeeld: Je investeert €25.000 in nieuwe apparatuur. De KIA is 28% van €25.000 = €7.000 extra aftrek, bovenop de gewone afschrijving.
Energie-investeringsaftrek (EIA)
De EIA is bedoeld voor investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen op de jaarlijkse Energielijst van RVO. In 2025 en 2026 is de EIA 40% van het investeringsbedrag, bovenop de normale afschrijving.
Je meldt de investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting bij RVO en de investering per bedrijfsmiddel bedraagt minimaal €2.500.
Voorbeeld: Je investeert €50.000 in een energiezuinige installatie op de Energielijst. De EIA is 40% van €50.000 = €20.000 extra aftrek op je winst.
Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Vamil
MIA en Vamil zijn twee regelingen voor investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen op de Milieulijst van RVO.
MIA geeft een extra aftrek van maximaal 45% op de investering, in zowel 2025 als 2026. Vamil maakt het mogelijk om tot 75% van de investering in één jaar versneld af te schrijven.
Beide regelingen zijn beschikbaar tot en met 31 december 2028 en het MIA-budget neemt vanaf 2027 toe.
Voorbeeld: Je investeert €300.000 in een milieuvriendelijke productie-installatie.
Via MIA trek je 36% extra af (€108.000).
Met Vamil schrijf je 75% van de investering (€225.000) versneld af. Samen leveren MIA en Vamil een aanzienlijk fiscaal voordeel op in het jaar van investeren.
Aftrekposten die ondernemers vaak vergeten
Naast de bekende regelingen zijn er een aantal aftrekposten en voordelen die makkelijk over het hoofd worden gezien bij de aangifte inkomstenbelasting, zowel over 2025 als voor het lopende jaar 2026.
Minder bekende aftrekposten met groot effect
De volgende aftrekposten zijn minder bekend maar kunnen een grote impact hebben op je belastingdruk, zeker voor familiebedrijven, BV's en bedrijven die innoveren.
Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) 2025 en 2026
De BOR voorkomt dat schenk- of erfbelasting een bedrijfsoverdracht aan een opvolger onmogelijk maakt. Per 2026 geldt: ondernemingsvermogen tot €1.500.000 is volledig vrijgesteld van schenk- of erfbelasting. Over het deel daarboven geldt een vrijstelling van 75%. Deze bedragen gelden ook voor overdrachten die in 2025 hebben plaatsgevonden.
Voorwaarden: er is sprake van een echte onderneming (geen beleggingsvermogen), de ondernemer heeft de onderneming een bepaalde periode in bezit gehad en de opvolger zet de onderneming daadwerkelijk voort.
Voorbeeld: Een familiebedrijf met een waarde van €2.500.000 gaat over naar de kinderen. Over de eerste €1.500.000 geldt 100% vrijstelling. Van de resterende €1.000.000 is €750.000 vrijgesteld. Over €250.000 wordt schenkbelasting berekend. Zonder BOR zou dat over de volledige €2.500.000 zijn.
Innovatiebox
De innovatiebox verlaagt de vennootschapsbelasting op winst die voortkomt uit zelf ontwikkelde technologie, software of andere immateriële activa. Over dit deel van de winst betaal je effectief een lager Vpb-tarief, mits je voldoet aan de voorwaarden van de Belastingdienst.
Je komt in aanmerking als je een kwalificerend immaterieel activum hebt dat je zelf hebt ontwikkeld, vaak in combinatie met een S&O-verklaring. Je administratie en documentatie moeten aan de eisen van de Belastingdienst voldoen.
Voorbeeld: Een BV ontwikkelt een eigen SaaS-platform voor facturatie. De winst die direct aan dit platform is toe te rekenen, valt mogelijk onder de innovatiebox. Over dat deel van de winst betaal je effectief minder vennootschapsbelasting.
Loonkostenvoordelen (LKV)
Neem je een werknemer uit een doelgroep in dienst, zoals een oudere werknemer of iemand met een arbeidsbeperking, dan heb je als werkgever recht op loonkostenvoordelen. De bedragen per doelgroep worden jaarlijks vastgesteld en verrekend via de loonaangifte. Je hebt een geldige doelgroepverklaring nodig voor de werknemer.
Voorbeeld: Een groeiend bedrijf neemt een werknemer met een arbeidsbeperking in dienst. Door het loonkostenvoordeel daalt de netto loonsom per jaar, waardoor er meer ruimte is voor nieuwe investeringen.
Wanneer schakel je een professional in?
De meeste standaard aftrekposten pas je zelf toe als je je administratie goed bijhoudt en gebruik maakt van boekhoudsoftware. Er zijn situaties waarbij een boekhouder of fiscalist het verschil maak:
- Je neemt personeel aan en wilt loonkostenvoordelen niet missen.
- Je doet een grote investering en wilt KIA, EIA en MIA/Vamil correct combineren.
- Je ontwikkelt eigen software of technologie en wilt WBSO en de innovatiebox optimaal benutten.
- Je bereidt een bedrijfsoverdracht voor en wilt de BOR correct toepassen.
- Je werkt met meerdere BV's of stapt over van eenmanszaak naar BV.
Een boekhouder of fiscalist kijkt niet alleen naar individuele aftrekposten, maar ook naar de combinaties en de samenhang met je totale belastingpositie.
Zeker van je zaak: de volgende stap
Aftrekposten goed toepassen begint bij een accurate administratie. Houd je kosten, investeringen, reiskilometers en uren nauwkeurig bij, zodat je bij de aangifte alle aftrekposten kunt onderbouwen.
Bij een eenvoudige situatie met beperkte investeringen en geen personeel kun je veel zelf doen met goede boekhoudsoftware. Schakel een boekhouder of fiscalist in als je personeel aanneemt, grote investeringen doet in bedrijfsmiddelen, eigen software of technologie ontwikkelt voor de WBSO en innovatiebox, of een bedrijfsoverdracht voorbereidt waarbij de BOR een rol speelt.
Aftrekposten die ondernemers regelmatig missen: de AOV-premie (aftrekbaar in box 1, niet als zakelijke kostenpost), reiskosten van €0,23 per zakelijke kilometer met een privéauto, een werkruimte aan huis als die aan de strenge zelfstandigheidseisen voldoet, en fiscale reserves zoals de herinvesteringsreserve bij de verkoop van een bedrijfsmiddel. Deze aftrekposten gelden voor zowel de aangifte 2025 als het lopende jaar 2026.

-min.jpg)
