Home/BTW, Online Boekhouden/Veranderingen in de BTW aangifte voor 2017

Veranderingen in de BTW aangifte voor 2017

Nu we de eerste drie maanden van 2017 alweer achter ons hebben liggen is het voor ondernemers tijd voor de eerste kwartaalaangifte. Net als in ieder nieuw boekjaar zou het zo kunnen zijn dat er voor jouw business bepaalde regels zijn veranderd. De meeste veranderingen gelden voor een bepaalde situatie of zelfs een bepaalde markt, maar het zou vervelend zijn als een regel op jou van toepassing is en je dit niet wist. Kijk dus snel of er voor jouw BTW aangifte iets veranderd is…

BTW Teruggaaf voor oninbare vorderingen eenvoudiger

De Belastingdienst maakt het in 2017 makkelijker om BTW terug te vragen voor vorderingen die oninbaar blijken te zijn. Op het moment dat jij als ondernemer een verkoopfactuur stuurt, en jouw klant gaat bijvoorbeeld failliet, dan is deze factuur oninbaar. Het zou dan ook niet eerlijk zijn als jij als ondernemer nog steeds de BTW moet afdragen, de factuur zal immers nooit betaald worden. Als een vordering, in dit geval van de factuur, oninbaar is, mag je de BTW die je moest afdragen weer terugvragen aan de Belastingdienst.

Hieronder zie je wat er allemaal veranderd is op het gebied van oninbare facturen:

  • Een vordering mag na één jaar als oninbaar worden beschouwd (in plaats van 2 jaar).
  • Losse teruggaafverzoeken zijn niet langer nodig. Je kunt de BTW vanaf nu via de normale BTW aangifte terugvragen.
  • Als de vordering later alsnog wordt betaald, moet de ondernemer de BTW gewoon weer afdragen.
  • Als je zelf producten of diensten hebt afgenomen, de BTW hebt teruggevorderd, maar nog niet betaald, dan moet je de BTW weer afdragen aan de Belastingdienst.
  • Als een oninbare factuur wordt overgedragen aan een andere partij, bijvoorbeeld bij factoring, moet deze overnemende partij wél een apart teruggaafverzoek indienen.

Voor facturen van vóór 1 januari 2017 geldt dat de termijn van 1 jaar ingaat aan het begin van het boekjaar 2017 (1 januari 2017 dus).

Veranderde regels voor watersportorganisaties

Watersportorganisaties kunnen bepaalde vrijstellingen hebben voor de BTW. Ondanks dat een relatief zeer kleine groep ondernemers in Nederland te maken krijgt met deze wijzigingen, worden ze hieronder toch even kort genoemd.

Per 1 januari 2017 mag een watersportorganisatie zonder winstoogmerk, maar mét personeel weer gebruik maken van de belastingvrijstellingen. Eerder werd er onderscheid gemaakt tussen het gebruikmaken van betaald personeel en het gebruiken van vrijwilligers. Een andere regel die veranderd is heeft betrekking op het aanbieden van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen die op grond van objectieve kenmerken niet geschikt zijn voor sportbeoefening. Vanaf nu geldt voor deze plaatsen het hoge BTW percentage van 21%.

Het begrip ‘bouwterrein’ wordt verruimd voor de BTW

Grond zal eerder worden aangemerkt als bouwterrein. Als er sprake is van bouwterrein moet er gewoon BTW worden betaald en is er een vrijstelling van de overdrachtsbelasting. Bij grond die NIET als bouwterrein wordt aangemerkt geldt het tegenovergestelde, de overdrachtsbelasting van 6% moet gewoon betaald worden en er is een vrijstelling van de BTW.

Weinig veranderingen in 2017

De meeste ondernemers zullen bij het lezen van deze blog de schouders ophalen; er verandert niet heel veel voor hun business. Zij krijgen hooguit te maken met de verandering in de termijn voor oninbare vorderingen, maar verder niet. Uiteraard is het wel belangrijk dat je je als ondernemer altijd goed laat informeren over de geldende regels.

 

 

Door | 2017-04-06T15:39:01+00:00 6 april 2017|BTW, Online Boekhouden|0 Reacties

About the Author:

In 1993 werkte ik als accountant in mijn eigen administratiekantoor. Ik werkte met een boekhoudprogramma in Microsoft DOS, terwijl ik zelf een voorliefde had voor Apple producten. Het DOS-programma was behoorlijk complex en ik dacht: “Dat moet toch makkelijker kunnen!?” Ik zocht een programmeur en een tijdje later was Informer geboren.